Christoph Andreas Leonhard Creuzer (1768–1844) studeerde in Marburg en Jena, werd in 1801 predikant en in 1803 hoogleraar praktische filosofie.

Zijn sceptische bezwaren tegen de afleidbaarheid van de vrijheid behoorden tot datgene, waaraan Hegels vroege uiteenzetting met Kant zich scherpte. Hij was een neef van de oudheidkundige Georg Friedrich Creuzer, met wie Hegel later in Heidelberg te maken had.

Copyright © by hegel.net, Kai Froeb